Ganzen

Ganzen soorten: Toulousegans, Pommerse gans, Knobbelgans enz.

Ganzen hebben een middellange hals en een krachtige kegelvormige snavel. Aan de bovensnavel zit een zaagrand. In vergelijking met zwanen zijn ganzen kleiner en compacter.

In Europa leven twee geslachten: de Anser (grijze gans) en de Branta (zwart-witte gans).

Het mannetje heet een gent, en is 7-8 kg zwaar.

Elke gent heeft 3-4 vrouwtjes, die ganzen worden genoemd.

Ze kunnen 30 jaar oud worden

Ganzen zijn monogaam: paren blijven hun hele leven bij elkaar.

Hun nest bevindt zich op de grond. De vrouwtjes bekleden het met dons, dat ze uit hun eigen borst plukken.

Na 3 jaar zijn ze geslachtsrijp.

Ze leggen 15-20 eieren per jaar. Het gewicht van een ei is ongeveer 170 gram.

Volwassen vogels ruien alle slagpennen tegelijkertijd en kunnen daardoor ongeveer 1 maand niet vliegen. De rui valt meestal samen met de periode waarin de jongen in het nest zijn. Anders dan bij eenden hebben bij ganzen de mannetjes en vrouwtjes hetzelfde verenkleed.

Ganzen zijn erg waaks en kunnen lelijk met hun vleugels slaan. Bij naderend gevaar zullen ganzen luid "gakken". Om deze reden werden ganzen vroeger als waakvogel gebruikt.

Meer info via: http://nl.wikipedia.org/wiki/Ganzen