Merinoschaap

Het Merinoschaap is een van de belangrijkste schapenrassen ter wereld. Het ras is naar alle waarschijnlijkheid uit een schapenras van een Noord-Afrikaanse Berberstam ontstaan: de ‘Beri-merines’. In de twaalfde eeuw zijn de schapen in Spanje terecht gekomen. Tot het begin van de achttiende eeuw bleef Spanje het alleenrecht op deze schapen opeisen. Wie illegaal Merinos exporteerde, kreeg de doodstraf.

Merinoschapen staan bekend om hun hoge wolproductie en bijzondere wol kwaliteit. Dankzij de vele huidplooien kan één schaap wel 4 tot 5 kilo wol per jaar produceren. De wol is zeer geschikt om te spinnen of te vilten. De wol is erg fijn voor kleding, omdat de stof niet kriebelt.

Om relaties met andere landen te onderhouden, begon Spanje met het schenken van Merinoschapen. Zo werden de schapen eerst door Europa verspreidt, en later ook over de rest van de wereld. In Nederland wordt het schaap echter alleen op kleine schaal gehouden, veelal door hobbyfokkers.De Merino is geen vruchtbaar ras. Een ooi werpt per keer gemiddeld 1,2 lammeren. Dit kan oplopen tot 1,5 wanneer de schapen intensief worden gevoed. Een ooi kan elke acht maanden lammeren, omdat de bronst niet afhankelijk is van het seizoen.